Blog




In de tijd dat ik de benen er nog goed onder had liep ik wel eens door de sociale woningbouwwijken van Luik. Lange straten met allemaal dezelfde huisjes, duidelijk door de mijnindustrie voor de arbeiders gebouwd. Hoewel ik veelal over mijn brilletje loer wat er op straat gebeurt, sla ik binnen ook niet over.

Meestal zijn overdag de rolluiken open. Het nodigt uit tot een bepaalde nieuwsgierigheid die mij altijd weer beweegt om toch even te kijken want je loopt er nu eenmaal langs. Deze vrouw stond voor het raam, de kop van de hond lag op de vensterbank, de voordeur stond open. Het was een nogal broeierige dag. Ik zwaaide en zei haar in het Nederlands dat er mooie planten voor het raam stonden. In no time was ze buiten met de hond strak tegen haar aan. 

Of ik een Hollander was, begreep ik uit haar nogal mompelend Frans. Jawel antwoordde ik met gebarentaal. Enfin manlief kwam ook van de bank, meteen geïnteresseerd in mijn Mamiya 6 MF +50mm begreep ik uit wat hij zei,of ik fotograaf was. Ik wees naar de hond, of ze samen met de hond op de foto wilden. Dat hadden ze snel door want in luttele seconden stond ik binnen in een kleine nogal rommelige kamer. 

Haar plaats is daar zo ik begreep uit de aanwijzingen van de heer des huizes, daar bij het raam waar de poes op de bank ligt naar buiten te staren, dit door vitrage die zo te zien niet gewassen werd. Daar mocht ik de foto maken, een vierkante meter van het kleine kamertje was voor mevrouw en de beesten naar ik begreep. Een grote kast, te groot voor zo’n kamer vulde een wand; een eettafel met een paar stoelen, een salontafel met een asbakken vol peuken. 

Een bakbeest van een televisietoestel, voor die tijd een dure aankoop. Met wat gebaren over en weer zat de vrouw op haar plek. Naar ik voelde ging er een kleine reprimande aan vooraf. Zo te zien aan meneer zijn gezicht, dat vol blauwe adertjes zat en een neus die ook nogal van kleur was veranderd wist ik wie de baas was. Zo moest het, dat mocht ik fotograferen, ging allemaal nogal vlug, ik stond zo weer buiten. 

Een half uurtje later toen ik weer door de straat kwam op weg naar mijn auto zat meneer aan de bar in de buurtkroeg. Lopend langs hetzelfde huis was ik bijna bij de auto. Mevrouw zat nog achter de half openstaande vitrage naar buiten te staren, de hond er nog naast en de kat was ook nog niet van haar plaats. Ik zwaaide, kreeg een glimlach terug. 

Ik dacht nou die heeft vandaag wellicht voor de hele week plezier gehad in tien minuten. Een hele gebeurtenis toch in wat mij een troosteloos bestaan leek.