Blog


Ais ik in China ben zoek ik naast de drukte van de grote steden, de rust op in die steegjes  achteraf, met de veelal dichte deuren. Ik heb dan altijd de neiging, eigenlijk een soort van dwang om op die deuren te kloppen, en te wachten tot iemand ze open doet. Vaak gebeurd dat ook, een verbaast gezicht staart een lange kerel stevige kerel aan van bijna 2 meter, die een grote hoed op zijn kop heeft, een wandelstok zijn handen waar hij op leunt, en over zijn schouder een fototas.

Vaak verbazing alom, nieuwsgierigheid ten top en vaak meteen een drukte van belang want de buren links en rechts staan ook meteen op de binnenplaats, van de gastheer of vrouw die je door de deuren naar binnen loodste. 

Dan begint het handgebaar, waarin ze willen weten wat je wil, wie je bent en waar je vandaan komt. Ik vertel dat met mijn handen, en laat weten wie ik ben en wat ik graag wil zien. Kom er altijd uit en in no time, ben ik dan al vaak binnen in het huisje ook, de buren blijven op de binnenplaats. 

Wel lekker rustig, zo kan ik nadat ik mijn camera heb laten zien en mijn hoed heb afgenomen, rustig werken. Altijd kom ik wel wat bijzonders tegen. Meer achter de deuren waar ik langs loop en veelal aanklop, dan in de steegjes zelf.

Natuurlijk staat er ook wel is een deur open, in een van de steegjes hoorde ik een soort van hakken of tikken wat gebeurde met het tempo van een bejaarde specht. Mijn nieuwsgierigheid kon ik niet bedwingen, ik moest is even kijken wat er zich daar afspeelde. Ik de poortdeuren door en daar kwam ik op een binnenplaats waar ik een kleine oude vrouw zag houthakken voor het fornuis of de kachel. 

Dat neem ik tenminste aan, het was al november en goed fris, ze was er ook opgekleed. Een vriendelijke man kwam uit het huis, ik nam beleefd mijn hoed af, het was zijn oma van 98 jaar die bezig was met het voorbereiden om de kachel te stoken. Ze was stokdoof legde de man uit, ze hief haar hoofd soms even op en lachte naar de reus uit Nederland. 

Nu hoef ik daar niet speciaal voor in China te zijn, het zelfde dat aanbellen en die nieuwsgierigheid is al te zien in mijn eerste boek met foto’s uit de jaren 80, gemaakt in Amersfoort. 

Het is moeilijk uit te leggen waarom ik dat heb, laat mij er ook niet voor behandelen, ben al 63 inmiddels, ze zouden je er maar van genezen. 

Wat moet ik dan als fotograaf, zeg het maar, een nieuwe start, naar de academie? Oeps wellicht te hoog, vakschool dan… Gaat het helemaal niet meer op hoge leeftijd, dan richten we naast de biljartclub van het verzorgingshuis maar een doka club op. Als je op de leeftijd van 98 jaar nog hout kan hakken, moet dat toch ook lukken. 

Wat een passie is die fotografie toch, ik denk zelden vooruit, leef met de dag, en pluk hem, haal er uit wat er inzit. Wat die passie betreft, daar kan ik wel al de komende jaren inplannen, heb nog zoveel te doen en wil nog het e.a. realiseren. Enfin wellicht voer voor psychologen;-)